Het crisisontwikkelingsmodel

Het crisisontwikkelingsmodel beschrijft het verloop van een agressie-incident in vijf fasen. Elke fase kent specifieke signalen en gedragingen bij de persoon die agressief gedrag stelt of dreigt te stellen. Deze helpen je om je reactie gepast af te stemmen. Het model geeft per fase tips en handvaten om het incident te de-escaleren of te stoppen.

De persoon is gespannen en onrustig. Dat merk je aan verhoogde motorische onrust, stemverheffing en passief verzet. In deze fase is het belangrijk dat je nabijheid biedt en contact probeert te maken. Dat doe je door begrip te tonen, erkenning te geven en op verkenning te gaan naar de achterliggende reden en behoefte door vragen te stellen.

Deze fase kenmerkt zich door gevaar voor controleverlies. Er is sprake van toenemende bewustzijnsvernauwing. De persoon toont hevige motorische ontrust, verheft zijn stem en toont verbale agressie. In deze fase grijp je best zo snel mogelijk in. Stel op een kalme manier duidelijke grenzen en tracht te onderhandelen over mogelijke oplossingen zodat de situatie niet verder escaleert. Hoe langer je wacht om in te grijpen hoe moeilijker het wordt om te de-escaleren.

Er is sprake van controleverlies. Dat kan zorgen voor gevaar voor zichzelf en anderen. De persoon toont een uitgesproken motorische onrust, er is sprake van verbale en mogelijks fysieke agressie. In deze fase heeft het geen zin meer om te argumenteren of te onderhandelen. Nu is het belangrijk om de veiligheid te waarborgen. Dat kan door alarm te slaan en hulp in te roepen, door omstaanders weg te laten gaan, zelf zo nodig fysiek in te grijpen en vrijheidsbeperkende maatregelen in te zetten om de veiligheid te waarborgen.

De persoon krijgt langzaamaan weer controle over zijn gedrag. Let op voor verhoogde prikkelbaarheid en irritatie waardoor de crisis weer snel kan opflakkeren. Beperk in deze fase de communicatie, maar blijf wel nabij. Omdat het risico op een nieuwe escalatie reëel is, kom je in deze fase ook best nog niet terug op de oorzaak van de crisis.

De persoon kan weer helder denken en beseft wat er gebeurd is. Vaak is hij of zij mentaal en fysiek uitgeput en/of is er sprake van spijt of schaamte. Het crisisontwikkelingsmodel is een algemeen model. Het leunt het dichtste aan bij het verloop van agressief gedrag vanuit emoties en frustratie(. Daar tegenover is het verloop van instrumenteel agressief gedrag veel vlakker en het verloop van ongecontroleerd agressief gedrag veel grilliger.