De-escaleren met je houding en gedrag

Nog voor je ook maar één woord zegt, heeft de ander jou al gelezen.
Je lichaamshouding, je stemtoon, de afstand tot de ander en je gezichtsuitdrukking vertellen of jij een bedreiging bent of steun biedt.

De-escaleren begint dus niet met wat je zegt, maar met wie je bent in dat moment.
Dreigt iemand door het lint te gaan? Dan is het jouw uitdaging om toch verbinding te houden en de spanning te helpen verminderen. Dit vraagt om een heldere kijk op agressief gedrag én op je eigen rol en houding.

Stap 1: Check eerst: is de-escalatie mogelijk?

De-escaleren is in veel gevallen mogelijk bij wie zich in de opstart- of escalatiefase bevindt volgens het Crisisontwikkelingsmodel. Binnen het stressraam, de Window of Tolerance spreken we van de hyper-arousal of overprikkeling.

Stap 2: Blijf rustig, de-escalatie begint bij jou

Agressief gedrag lokt van nature negatieve emoties en reacties bij je uit: de neiging om te controleren, te verdedigen of terug te vechten. En precies dat zorgt voor verdere escalatie.

Maar tussen die agressieve prikkel en jouw reactie zit ruimte om toch een andere reactie te kiezen dan je instinctieve. Gebruik die ruimte als je voelt dat je het kan dragen. Reguleer jezelf:

  • Focus op je ademhaling. Tel in jezelf tot vijf. Adem rustig en voel je lichaam. Zo kalmeer je je zenuwstelsel en blijf je helder denken.
  • Blijf bij jezelf. Houd alle kanalen open: wat zie en hoor ik, wat voel ik in mijn lichaam en wat gaat er door mijn hoofd? Zo blijf je in contact me jezelf en reageer je bewuster.
  • Benoem in jezelf wat je voelt. Zo mag het er zijn en creëer je er afstand van, zonder dat het gevoel je overmant.
  • Gebruik een helpende gedachte. Roep een positief beeld of woord op, dat versterkt je zelfregulatie.

Helpt of lukt jou dit niet? Stap dan uit de situatie. Ga weg en vraag hulp. Ook dat is professioneel reageren.

Stap 3: Communiceer met collega’s

Breng hen snel op de hoogte van wat er met jou gebeurt.

Zet de kleuren van de Window of Tolerance of het verkeerslicht in om hen een eenvoudig signaal te geven. "Ik ben groen" of "Ik ben rood" maakt duidelijk of je verder kan ondersteunen of beter een stap terugzet.

Heb je tijd nodig om kort uit de situatie te stappen om jezelf te reguleren, om ‘groen’ te worden? Dat kan. Zeg bijvoorbeeld: “Ik heb even een moment nodig, ik ben zo terug.

Stap 4: Zorg voor rust in de omgeving

Hoe minder mensen in de buurt, hoe minder prikkels.

Vraag daarom dat wie er niet hoeft te zijn de ruimte verlaat en probeer te vermijden dat er nieuwe mensen binnenkomen. Elke nieuwe persoon dwingt de persoon die onder spanning staat om zich te heroriënteren: "Is dit een bedreiging?"

Een interventieteam dat bijvoorbeeld plots binnen stapt, klaar om in te grijpen, zal de persoon onder spanning als bedreigend ervaren.

Stap 5: Geef controle en ruimte

Mensen in escalatie willen controle houden op zichzelf en hun omgeving. Wie geen uitweg ziet, neigt meer naar vechten.

  • Blokkeer daarom geen uitgangen.
  • Drijf niemand in een hoek.
  • Houd minstens twee armlengtes afstand.

Die controle geven is geen zwakte, het werkt effectief.

Stap 6: Jouw houding maakt het verschil

Wie bang of gespannen is, scant in milliseconden jouw lichaamstaal om te achterhalen of je een bedreiging bent of steun biedt. Toon daarom met je hele lichaam en houding dat je wil ondersteunen en samenwerken. Weet dat je lichaamstaal niet liegt, ‘doen alsof’ werkt niet.

  • Stap voldoende achteruit om ruimte te maken. Met meer afstand kan de ander zichzelf  makkelijker reguleren.
  • Ga niet recht tegenover de persoon staan, maar draai je heup een kwartslag. Zo oog je minder confronterend en bedreigend. Zet je bekken dus haaks op je kijkrichting.
  • Leun eventueel tegen de muur.
  • Sta je recht? Buig niet voorover maar steun op je achterste voet en kantel licht naar achteren. Zo geef je de ander nog meer ruimte. De ander scant zulke kleine nuances zeer snel!
  • Kantel je hoofd en rug licht opzij. Ook dat komt minder bedreigende over.

Ga op gelijke of lagere hoogte zitten of staan.

Wil je samen gaan zitten? Doe jij dat dan eerst en nodig de ander uit hetzelfde te doen. Gebruik een open handgebaar en houd handpalm omhoog. Dat geeft de boodschap: "Ik wil niet vechten, ik wil je niet controleren. Ik neem de tijd voor jou en nodig je uit om samen te werken."

Geef het signaal dat je niets te verbergen hebt en geen bedreiging bent

  • Houd je armen open op heuphoogte, licht uitreikend naar de ander.
  • Handpalmen zichtbaar.
  • Vermijd vuisten.

Om goed contact met jezelf te houden en te voelen kan je je duim en wijsvinger op elkaar houden, net alsof je zout vasthoudt.

  • Kies een rustige, open gezichtsuitdrukking.
  • Vermijd staren of strak kijken.
  • Verbreek zo nu en dan rustig het oogcontact.
  • Spreek rustig, zacht en langzaam.
  • Gebruik weinig woorden.

Zo kan de ander beter verwerken wat je zegt. Een hoge toon en snel en veel spreken verhoogt de stress.

Bij escalatie krijgt de persoon een tunnelzicht. Wat jij zegt, komt minder binnen. Vergroot je ondersteunende gebaren zelfs wat. Dat vergroot de kans dat de ander zich op jou kan oriënteren als steunfiguur om terug in de realiteit te komen en rustiger te worden.

Stap 7: Eerst reguleren, dan praten

Respecteer altijd deze volgorde:

  1. Reguleren
  2. Relateren
  3. Redeneren

 Ga pas in gesprek als de spanning wat gezakt is.

  • Zeg de naam van de persoon. Je naam horen lokt bij iedereen reactie uit.
  • Ga voorzichtig dichterbij als je ziet dat de ander rustig wordt of vraag toestemming: ‘Mag ik binnenkomen, mag ik dichter komen…
  • Laat stiltes toe en blijf aanwezig.
  • Bied een uitweg: "Laten we even gaan zitten", "Laten we even zuchten." Niet als bevel, niet als vraag, maar als uitnodiging om samen iets te doen.
  • Zorg waar mogelijk voor iets hartverwarmends: een warme chocomelk, een soep, een warm deken. Je spreekt daarmee de zintuigen aan: reuk, smaak, tast, temperatuur. Dat helpt de ander om terug contact te krijgen en zo zichzelf te reguleren.
  • Maak contact. Toon dat je de ander wil begrijpen en ondersteunen. Gebruik verbindende taal: ik-zinnen in de plaats van jij-zinnen.
  • Geef taal aan emoties. Wat je benoemt, wordt hanteerbaar. Zeg dingen als: "Ik zie dat je het moeilijk hebt." "Ik zie dat dit zwaar is." "Als het goed is, blijf ik bij je tot je je beter voelt."
  • Geef de ander controle en vraag: "Wat zou helpen? Wat heb je nodig?"

Ondersteunend aanwezig blijven tijdens escalatie in plaats van macht of kracht te gebruiken, versterkt uiteindelijk je relatie met de ander. Het vraagt oefening en moed, maar het werkt.