Veilig op huisbezoek
Bij een huisbezoek ben je op jezelf aangewezen. Kom je onderweg hangjongeren tegen, doet je cliënt stomdronken de deur open of komt een imposante hond naar jou toegesprongen. Wat doe je dan? Bereid je met deze tips goed voor op mogelijke risico’s.
Voor je vertrekt
- Bereid je huisbezoek goed voor en zorg dat je vooraf weet wat de risico’s zijn.
- Werk op afspraak.
- Leg riskante bezoeken zoals een slechtnieuwsgesprek af tijdens de kantooruren. Dan kun je gemakkelijker collega’s bereiken. Nog veiliger is het om tijdelijk een extra collega in te schakelen of je gesprekspartner gewoon op kantoor uit te nodigen.
- Ga samen met je collega’s na in welke straten en buurten er meer risico op agressie is. Spreek af om daar alleen overdag of met z’n tweeën op bezoek te gaan.
- Laat je collega’s altijd weten waar je bent, hoe je er naartoe gaat en hoe laat je terugkomt. Spreek af over telefonische bereikbaarheid. Laat een collega tijdens een risicobezoek eventueel bellen.
- Zet alarmnummers onder een snelkeuzetoets van je gsm. Vertrek met opgeladen batterij.
- Laat waardevolle spullen thuis
- Neem geen informatie mee die je gesprekspartner niet mag inzien.
- Zorg dat je op tijd op je afspraak komt. Lukt dat niet? Laat dat dan even weten.
Als je binnengaat
- Ga niet frontaal voor de deuropening staan als je aanbelt. Stel je dwars op. Dat is minder intimiderend.
- Let bij het opendoen direct op micro-signalen. Hoe kijkt de cliënt? Ruik je alcohol of drugs? Wie is er nog meer in huis? Ga bij een onveilig gevoel weg en maak een nieuwe afspraak.
- Ga pas binnen als je daartoe uitgenodigd wordt.
- Loop achter de cliënt in plaats van voorop.
- Besef dat je een privédomein binnenkomt: gedraag je als gast en maak geen opmerkingen over bijvoorbeeld geur of netheid (behalve als dat nu net je opdracht is).
- Check de veiligheid van de ruimte waar je bent.
- Let als je binnengaat op een mogelijke vluchtroute. Ga zelf aan de kant van de deur zitten.
- Ga zelf niet naar dieren toe. Sta stil en maak geen oogcontact. Laat het dier de situatie verkennen. Als het dreigt, vraag dan om het dier uit de ruimte weg te halen. Doen ze dat niet, zeg dan rustig dat je weggaat en stap traag weg.
- Als er wapens of andere gevaarlijke voorwerpen zijn, vraag dan om die weg te doen. Doen ze dat niet, zeg dat je dan weggaat en ga traag weg.
Tijdens het gesprek
- Voel je je ingesloten of wordt de sfeer gespannen? Vraag om een glas water. Dit creëert beweging, doorbreekt de fixatie van de cliënt en geeft jou de kans je te herpositioneren.
- Begint het gesprek te escaleren? Benoem dit gedrag meteen en stel duidelijke grenzen.
- Ga in noodgevallen zo vlug mogelijk naar buiten en bel het alarmnummer.
Na het bezoek
- Laat je collega's direct weten dat je buiten staat en veilig bent.
- Meld onveilige routes en incidenten bij je leidinggevende. Bespreek niet alleen wat er gebeurde, maar ook wat de trigger was, zodat collega’s voorbereid zijn.
- Onderschat de impact niet: Gevoelens van stress of angst na een bezoek zijn signalen, geen zwaktes. Meld incidenten daarom steeds, zodat opvang en nazorg tijdig ingezet kunnen worden.
Je kunt pas voor een ander zorgen als je eerst voor je eigen veiligheid zorgt. Jouw veiligheid is de randvoorwaarde voor goede hulpverlening.