Kwaliteitsdecreten en regels voor een veilige werking
Werk je in zorg, welzijn, kinderopvang, jeugdwerk of maatwerk? Dan bepalen kwaliteitsdecreten en sectorspecifieke regels mee hoe je zorgt voor een veilige en kwaliteitsvolle werking. Ze bevatten onder meer verplichtingen rond het voorkomen en aanpakken van grensoverschrijdend gedrag, het beschermen van de integriteit van kinderen, gebruikers en medewerkers, melden en registreren, klachten en vrijheidsbeperkende maatregelen.
Het kwaliteitsdecreet van 17 oktober 2003 wil de kwaliteit van hulp en zorg bevorderen. Het verplicht voorzieningen om hun kwaliteit voortdurend te bewaken en te verbeteren.
Een beleid rond grensoverschrijdend en agressief gedrag sluit daar rechtstreeks bij aan. Je voorkomt incidenten zoveel mogelijk, reageert gepast als ze toch gebeuren en leert eruit. Zo werk je aan veilige en verantwoorde zorg voor gebruikers én medewerkers.
Voor erkende voorzieningen in de jeugdhulp gelden specifieke erkenningsvoorwaarden. Elke organisatie is verplicht om:
- een geschreven referentiekader op te stellen voor grensoverschrijdend gedrag tegenover minderjarigen. Daarin hoort een procedure voor preventie, detectie en gepast reageren, samen met een registratiesysteem.
- grensoverschrijdend gedrag tegenover minderjarigen onverwijld te melden aan de administratie
- ernstige gebeurtenissen onverwijld en uiterlijk binnen 48 uur melden.
- naast de wettelijk verplichte verzekeringen onder meer een verzekering hebben voor lichamelijke schade die een opgenomen of begeleide minderjarige kan oplopen.
Extra voorwaarden voor sommige voorzieningen
Voor sommige jeugdhulpvoorzieningen gelden bijkomende erkenningsvoorwaarden rond veiligheid en vrijheidsbeperkende maatregelen. Het gaat onder meer om:
- onthaal-, oriëntatie- en observatiecentra (OOOC’s);
- observatie- en behandelcentra (OBC’s);
- centra voor ernstige gedrags- en emotionele stoornissen (GES+);
- voorzieningen die veilig verblijf aanbieden.
Als deze voorzieningen afzondering of andere vrijheidsbeperkende maatregelen toepassen, moeten ze daarover afspraken opnemen in hun huishoudelijk reglement. Afhankelijk van het type voorziening gaat het onder meer over:
- het voorkomen van afzondering;
- de ruimte waarin afzondering gebeurt;
- registratie en duur;
- toezicht en contact tijdens de afzondering;
- de opvolging ervan in het verdere begeleidingstraject.
Voor veilig verblijf gelden daarnaast uitgebreidere voorwaarden rond een pedagogisch veiligheidsbeleid en de veiligheid van minderjarigen en medewerkers.
Dit decreet bepaalt welke rechten minderjarigen hebben in de jeugdhulp. Het gaat onder meer over informatie en inspraak, privacy, klachtrecht en het recht op een menswaardige behandeling.
Die rechten zijn ook belangrijk wanneer je grensoverschrijdend of agressief gedrag voorkomt en aanpakt.
Recht op menswaardige behandeling
Elke minderjarige heeft recht op een menswaardige behandeling. Onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing is verboden.
Voor semiresidentiële en residentiële jeugdhulp en gemeenschapsinstellingen gelden daarnaast duidelijke regels voor de omgang met normoverschrijdend gedrag. De voorziening moet een preventie- en reactiebeleid hebben en zet daarbij prioritair in op dialoog, bemiddeling of herstel.
Een reactie:
- houdt rekening met de leeftijd, ontwikkeling, persoonlijkheid van de minderjarige;
- houdt rekening met de omstandigheden en het traject van de minderjarige;
- gebeurt zoveel mogelijk in dialoog;
- is proportioneel met het gedrag en zo weinig mogelijk ingrijpend;
- ondersteunt de ontwikkeling van de minderjarige en heeft geen traumatische uitwerking.
Lichamelijke straffen, geestelijk geweld, onthouding van maaltijden, collectieve sancties, afzondering en fixatie als sanctie zijn verboden.
Na een reactie of sanctie volgt een nabespreking met de minderjarige.
Recht op privacy
Een minderjarige heeft recht op respect voor de persoonlijke levenssfeer en op bescherming van persoonsgegevens.
Daarbij hoort ook respect voor onder meer identiteit, genderidentiteit, seksuele geaardheid en politieke, filosofische, ideologische of religieuze overtuigingen.
Voor minderjarigen die verblijven in residentiële jeugdhulp gelden bijkomende rechten rond onder meer hun kamer, persoonlijke bezittingen, kleding, hygiëne, contact met familie en bezoek.
Klachtrecht
Een minderjarige heeft het recht om een klacht in te dienen over:
- de inhoud van de begeleiding en de manier waarop die wordt aangeboden;
- de leefomstandigheden in de voorziening;
- het niet respecteren van de rechten uit het decreet.
Zorg er daarom voor dat minderjarigen weten waar en hoe ze een klacht kunnen indienen en dat de informatie hierover begrijpelijk en toegankelijk is.
Vanaf 7 mei 2027: bijkomende regels over afzondering en fixatie
Vanaf 7 mei 2027 treden bijkomende bepalingen uit het Decreet Rechtspositie in werking over het voorkomen en toepassen van afzondering en fixatie in semiresidentiële en residentiële jeugdhulp en gemeenschapsinstellingen.
Ze leggen sterk de nadruk op het voorkomen en afbouwen van deze maatregelen en bepalen onder welke voorwaarden afzondering of fixatie uitzonderlijk kan worden toegepast. Ze bevatten onder meer regels over individuele preventieve afspraken, toepassing als laatste redmiddel, toezicht, contact, nabespreking en registratie.
Voor kinderopvang gelden specifieke regels om de veiligheid en integriteit van kinderen te beschermen.
Opvang van baby's en peuters
Organisatoren van vergunde kinderopvang moeten zorgen voor kwaliteitsvolle en veilige opvang. Daarbij hoort onder meer:
- respect voor de fysieke en psychische integriteit van elk kind;
- aandacht voor het welbevinden en de betrokkenheid van kinderen;
- een veilige en gezonde omgeving;
- aandacht voor de draagkracht en het kwaliteitsvol en integer handelen van medewerkers;
- een duidelijke aanpak van crisis, grensoverschrijdend gedrag en verontrusting.
Elke medewerker moet die aanpak kennen en kunnen toepassen.
Een crisis of grensoverschrijdend gedrag tijdens de kinderopvang moet de organisator onmiddellijk melden aan Opgroeien. Daarbij geeft de organisator ook aan hoe hij heeft gereageerd en welke maatregelen hij neemt om gelijkaardige situaties in de toekomst te voorkomen.
Buitenschoolse opvang en activiteiten
Voor buitenschoolse opvang en activiteiten geldt sinds 1 september 2026 het BOA-decreet volledig. Lokale besturen staan in voor de erkenning, het toezicht en de handhaving van het erkende lokale aanbod.
Het Vlaamse kwaliteitskader bevat minimale voorwaarden rond onder meer organisatorisch en pedagogisch beleid, kwaliteitsvolle interacties tussen medewerkers en kinderen, medewerkersbeleid en monitoring en evaluatie. Lokale besturen werken die verder uit in hun eigen erkenningskader.
Over omgaan met agressief en ander grensoverschrijdend gedrag geeft de Vlaamse regering verplichtingen mee in de erkenningsvoorwaarden van een organisatie.
Elke organisatie is verplicht om een geschreven referentiekader te ontwikkelen voor grensoverschrijdend gedrag tegenover gebruikers of medewerkers. Daarnaast is een procedure nodig voor preventie, detectie en gepast reageren, met een registratiesysteem.
Grensoverschrijdend gedrag tegenover gebruikers moet binnen 30 dagen na de registratie aan het VAPH gemeld worden. Ernstige gebeurtenissen die de zorg, gezondheid, veiligheid, waardigheid of integriteit van gebruikers in het gedrang brengen, moeten onmiddellijk gemeld worden.
De regelgeving bevat ook voorwaarden voor tijdelijke afzondering. Een voorziening moet hiervoor een procedure hebben die onder meer beschrijft hoe de maatregel wordt toegepast, hoe betrokkenen geïnformeerd worden en hoe toezicht wordt gehouden.
Voor erkende diensten voor gezinszorg gelden specifieke kwaliteits- en erkenningsvoorwaarden.
Ze moeten:
- een geschreven referentiekader hebben voor grensoverschrijdend gedrag tegenover gebruikers;
- een procedure hebben om grensoverschrijdend gedrag te voorkomen, te detecteren en er gepast op te reageren;
- grensoverschrijdend gedrag registreren;
- grensoverschrijdend gedrag tegenover gebruikers geanonimiseerd melden aan het Departement Zorg;
- ernstige gebeurtenissen die de zorg, gezondheid, veiligheid, waardigheid of integriteit van gebruikers in het gedrang brengen onmiddellijk melden.
De procedure rond grensoverschrijdend gedrag maakt ook deel uit van het kwaliteitshandboek van de dienst.
Binnen de Vlaamse gezondheidsinstellingen en -diensten gelden verschillende kwaliteits- en erkenningsregels, afhankelijk van het type organisatie.
Voor bepaalde gezondheidsvoorzieningen gelden ook specifieke verplichtingen rond grensoverschrijdend gedrag. Zo moeten centra voor geestelijke gezondheidszorg een beleid voeren om seksueel grensoverschrijdend gedrag tegenover gebruikers te voorkomen, te detecteren en er gepast op te reageren. Voorvallen moeten geregistreerd en geanonimiseerd gemeld worden aan het Departement Zorg.
Bekijk daarom altijd welke erkennings- en kwaliteitsvoorwaarden voor jouw type voorziening gelden.
Voor maatwerkbedrijven gelden specifieke regels rond kwaliteitsvolle begeleiding en werk op maat.
Een maatwerkbedrijf moet de arbeidsomstandigheden afstemmen op de behoeften van de doelgroepwerknemer. Daarbij gaat het niet alleen om de fysieke werkomgeving, maar ook om de sociale en psychologische omstandigheden op het werk.
Doelgroepwerknemers krijgen begeleiding op de werkvloer en een persoonlijk ontwikkelingsplan. Werkvloerbegeleiders moeten onder meer competent zijn in samenwerken, communiceren en persoonsgericht werken.
Maatwerkbedrijven moeten daarnaast voldoen aan het kwaliteits- en registratiemodel voor dienstverleners binnen Werk en Sociale Economie.
Voor het voorkomen en aanpakken van grensoverschrijdend en agressief gedrag zijn daarnaast vooral de algemene regels uit de Welzijnswet van belang.
Voor jeugdwerkorganisaties die werkingssubsidies ontvangen op basis van het Jeugddecreet gelden specifieke voorwaarden rond integriteit.
Ze moeten:
- een integriteitsbeleid voeren;
- een aanspreekpunt integriteit (API) organiseren;
- het integriteitsbeleid en het API publiek bekendmaken;
- maatregelen nemen om inbreuken op de fysieke, psychische en seksuele integriteit te voorkomen en er gepast op te reageren;
- medewerkers en vrijwilligers sensibiliseren en vormen over integer handelen;
- beschikken over een protocol voor meldingen, vaststellingen en vermoedens.
Het API zorgt onder meer voor eerste opvang, registratie en doorverwijzing en ondersteunt de organisatie bij het uitvoeren en verbeteren van het integriteitsbeleid.
Organisaties die een projectsubsidie aanvragen, moeten de grondslagen van het integriteitsbeleid onderschrijven.
Naast de regelgeving bestaat er sinds 2025 een intersectoraal richtlijnenkader voor de preventie en toepassing van afzondering en fixatie.
Het richtlijnenkader is ontwikkeld voor residentiële voorzieningen binnen de ouderenzorg, jeugdhulp, zorg voor personen met een handicap en geestelijke gezondheidszorg, en voor bepaalde ziekenhuisafdelingen.
Het is geen wetgeving, maar bevat wetenschappelijk onderbouwde aanbevelingen om afzondering en fixatie zoveel mogelijk te voorkomen en, wanneer deze maatregelen uitzonderlijk toch nodig zijn, zo veilig en humaan mogelijk toe te passen.
De Vlaamse overheid gebruikt het richtlijnenkader als basis voor verdere beleidskeuzes en mogelijke aanpassingen van regelgeving, eisen- en referentiekaders. Zolang daarover geen nieuwe afspraken zijn, blijven de bestaande sectorspecifieke regelgeving en beleidskaders van toepassing.